Verbreek de ketenen! 150 jaar afschaffing slavernij

Van 3 juni t/m 3 juli 2013 besteedde het Haags Historisch Museum in een expositie in het Atrium van het Haagse stadhuis aandacht aan een van de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis: de afschaffing van de slavernij. In 2013 was het ruim anderhalve eeuw geleden dat in machtscentrum Den Haag werd besloten de slavernij af te schaffen in de Nederlandse koloniën. De Wet op de Afschaffing van de Slavernij werd in 1862 aangenomen en op 1 juli 1863, dit jaar 150 jaar geleden, verkregen de van oorsprong West-Afrikaanse slaven in de kolonie Suriname en op de Nederlandse Antillen eindelijk hun officiële vrijheid. In het Atrium waren aansprekende diorama’s te zien van kunstenares Rita Maasdamme die het verhaal vertellen van onze gedeelde geschiedenis.

Vanzelfsprekend is de afschaffing van de slavernij een memorabele gebeurtenis. In de 17de eeuw had ons land een voortrekkersrol in de slavenhandel. De West-Indische Compagnie verscheepte duizenden tot slaaf gemaakten vanaf de West-Afrikaanse kust. Op 1 juli 1863 klonken 21 kanonschoten in Paramaribo; de slaven werden vrije mensen. Deze dag wordt nog altijd gevierd op het feest ‘Keti Koti’ (Sranan Tongo - vertaald ‘verbroken ketenen’). Tien jaar na de afschaffing van de slavernij kwam de migratie op gang van Hindostaanse contractarbeiders. Zij vervingen in veel gevallen de voormalige slaven als goedkope arbeidskrachten op de plantages. In Den Haag wordt dit jaarlijks herdacht op 5 juni.

De kunstwerken van de Nederlands-Surinaamse kunstenares Rita Maasdamme bestaan uit poppen die het verhaal vertellen van de trans-Atlantische slavernij en de gevolgen daarvan. Diverse taferelen verbeelden de sleutelmomenten uit de slavernijgeschiedenis waarin verschillende bevolkingsgroepen met hun eigen klederdrachten en de flora en fauna van Suriname en de Antillen een hoofdrol spelen. Voorbeelden hiervan zijn de Tula-opstand op Curaçao en de Hindostaanse immigratie naar West-Indië (Suriname). Bijzonder zijn de uitgewerkte details in de diorama’s die de nuances in de slavernij weergeven.

Ook zijn er kunstwerken te bezichtigen van de kunstenaar Marcel Pinas. Pinas is een afstammeling van de N’dyuka, een in traditioneel stamverband levende gemeenschap in de binnenlanden van de republiek van Suriname. Het behoud van cultuur, en in het bijzonder Marroncultuur, loopt als een rode draad door al het werk van deze kunstenaar.

Het Haags Historisch Museum besteedt aandacht aan het Haags Migrantenerfgoed vanuit het Netwerk Erfgoed Haagse Migranten (Den Haag, stad van aankomst), waarbij het Haags Historisch Museum met partners de Haagse migrantengeschiedenis in beeld brengt. Samenwerkende partijen in dit project zijn Stichting Sankofa en The Hague African Festival, Galerie Chiefs & Spirits, Stichting Lalla Rookh, Sarnámihuis en Stichting Atrium. Met deze expositie wilden de instellingen de Hagenaars bewust maken van de geschiedenis van de slavernij en het erfgoed van de inwoners van Den Haag.