Gijsbert Karel graaf Van Hogendorp. Orangist en staatsman.

In aanloop naar de viering van 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden in 2013 organiseert het Haags Historisch Museum van 20 mei t/m 14 augustus 2011 een tentoonstelling over de staatsman Gijsbert Karel van Hogendorp. Als lid van het zogeheten Driemanschap zorgde hij in 1813 voor de terugkeer van prins Willem (de latere koning Willem I) naar Nederland. De tentoonstelling schetst een beeld van het leven van Van Hogendorp aan de hand van portretten, documenten en bijzondere objecten, zoals het originele bureau en andere persoonlijke bezittingen, in bruikleen gekregen van familie van Gijsbert Karel.

‘Van mijne kindsheid af heb ik verlangd om mijn vaderland te dienen’

Mr. Gijsbert Karel graaf van Hogendorp (1762-1834) is vooral bekend geworden als lid van het ‘Driemanschap’ dat in 1813 de komst van de Soeverein Vorst (later koning) Willem I voorbereidde, na de beëindiging van de Franse overheersing van ons land.

Van Hogendorp, die van 1809 tot zijn dood in Den Haag woonde, wordt beschouwd als de grondlegger van het Nederlandse staatsbestel. Hij maakte al in de Bataafs-Franse tijd schetsen voor een Grondwet, die de basis vormden voor de Grondwet van 1814.

Hoewel hij een overtuigd orangist was, stond hij zeer kritisch tegenover het beleid van koning Willem I. Vanwege zijn kritiek werd Gijsbert Karel de eretitel ‘minister van Staat’, die hij in 1815 had gekregen, in 1819 ontnomen. Toch kreeg hij terecht ook de nodige erkenning; zijn beeltenis prijkt op het Nationaal Monument op Plein 1813 in Den Haag, zijn geboortestad Rotterdam eerde hem met een standbeeld.

De familie Van Hogendorp

Gijsbert Karel werd geboren in een Rotterdamse regentenfamilie. Ten tijde van zijn geboorte werd de eer van de familie enigszins aangetast door een zedenzaak rond zijn grootvader Onno Zwier van Haren die zich aan zijn dochters zou hebben vergrepen. Deze smet op het familieblazoen heeft Gijsbert Karel zich erg aangetrokken.

Zijn vader Willem van Hogendorp vertrok in 1773 naar Oost-Indië met de bedoeling daar rijkdom te vergaren. Vrouw en kinderen bleven in Nederland achter. Zij zouden Willem nooit terugzien: het schip waarop hij meevoer, verging op de terugreis met man en muis.

Prinses Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van stadhouder Willem V, trok zich het lot van Gijsbert Karel en zijn oudere broer Dirk aan. Zij betaalde hun opvoeding en zorgde ervoor dat de broers een opleiding aan de kadettenschool  in Berlijn kregen. Gijsbert Karel werd vervolgens vaandrig, dat wil zeggen een  jonge officier die het vaandel draagt, iets wat Van Hogendorp door een zwak gestel slecht afging. Later was hij page aan het hof van koning Frederik II (de Grote) van Pruisen. In 1781 keerde hij terug in Nederland, waar hij als officier diende bij de Garde te voet van de Prins van Oranje. Hij kreeg ook inzicht in wat hij later zou willen worden: staatsman.

Naar Amerika

In 1783 kreeg Gijsbert Karel de kans om als luitenant van de Garde de eerste Nederlandse gezant, mr. P.J. van Berckel, naar Noord-Amerika te begeleiden. Het oorlogsschip ‘De Erfprins’ waarmee zij reisden, sloeg bij Cape Cod lek, verloor twee masten in een storm en dobberde negen weken rond vóór het zonk. Gijsbert Karel was voor die tijd overgestapt op een Amerikaanse schoener om hulp te halen. Uiteindelijk konden slechts 40 van de 350 opvarenden gered worden.

Gijsbert Karel logeerde een half jaar op het landgoed van George Washington in Virginia. Met Washington kreeg hij nauwelijks contact. Wel raakte hij bevriend met de latere president van de Verenigde Staten Thomas Jefferson, met wie hij naderhand een briefwisseling bleef onderhouden.

Na zijn terugkeer in Nederland nam Gijsbert Karel ontslag uit het leger. Hij studeerde vervolgens in Leiden, waar hij in 1786 promoveerde in de rechten.

Van ambtenaar tot ambteloos burger

Net als indertijd zijn vader werd Van Hogendorp benoemd in het stadsbestuur van Rotterdam. Hij bracht het daar tot pensionaris (of stadsadvocaat, de belangrijkste adviseur in dienst van de stad). Als afgevaardigde van Rotterdam had hij zitting in de Staten van Holland in Den Haag.

In 1789 trouwde hij met jonkvrouw Hester Clifford uit een zeer vermogende Amsterdamse koopmansfamilie. Het echtpaar kreeg tien kinderen.

Na de politieke omwenteling in 1795 waarbij stadhouder Willem V het veld ruimde, moest ook de orangist Van Hogendorp zijn ambt neerleggen. Hij verhuisde daarop naar Amsterdam, waar hij het handelshuis van zijn overleden schoonmoeder ging voortzetten, samen met zijn jongere broer Willem. De resultaten vielen echter tegen, de broers kregen ruzie en Gijsbert Karel trok zich gedurende een aantal jaren als ambteloos burger terug op zijn buitenverblijf Adrichem, een kasteeltje in Beverwijk.

Woonplaatsen

Gijsbert Karel groeide op in Rotterdam. Even buiten de stad beschikten zijn ouders over de buitenplaats Heenvliet onder Kethel, waar men ’s zomers verbleef. Later verhuisde het gezin naar een herenhuis aan het Noordeinde in Den Haag, waar de Van Hogendorps een grote staat voerden. Geldgebrek dreef zijn vader naar Oost-Indië. Toen er weer geld was, kon de buitenplaats Sion bij Rijswijk worden aangekocht. Hier had Gijsbert Karel een eigen studeerkamer, evenals in het huis aan het Noordeinde. Van Hesters moeder erfde Van Hogendorp in 1795 het kasteel Adrichem onder Beverwijk. Gijsbert Karel woonde er, na een intermezzo in Amsterdam, permanent en leidde daar met zijn gezin het leven van een landjonker. In 1809 verruilde hij Adrichem voor het herenhuis Kneuterdijk 8 in Den Haag, waar hij tot zijn dood bleef wonen.

De omwenteling van 1813

In de tweede helft van de 18de eeuw voltrokken zich in Frankrijk onder invloed van de Verlichting ingrijpende sociale en politieke veranderingen, resulterend in de Franse Revolutie. De ideeën over Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap verspreidden zich tot ver buiten Frankrijk. Nederland raakte verdeeld in twee kampen: de prinsgezinden die vasthielden aan het bestaande regime, en de patriotten die streefden naar een staatsvorm zonder stadhouder aan het hoofd. Gijsbert Karel was orangist, maar hij probeerde boven de partijen te staan. Het kwam uiteindelijk tot een burgeroorlog die met behulp van Pruisische troepen ten gunste van de stadhouder werd beslist. Zeven jaar later, in 1795, vielen de Fransen het land binnen en moest stadhouder Willem V vluchten. De Fransen namen uiteindelijk het bestuur volledig over. Dat eindigde pas in 1813 met de val van Napoleon. In het machtsvacuüm dat toen volgde, namen Gijsbert Karel van Hogendorp en Van der Duyn van Maasdam de macht over, om die korte tijd later over te dragen aan erfprins Willem van Oranje. Hiermee was in 1813 het nieuwe koninkrijk der Verenigde Nederlanden onder koning Willem I geboren. Gijsbert Karel noteerde in zijn dagboek dat het goed was …’dat de regte Baas de teugels in handen nam’.

Werken aan de Grondwet

Vanaf 1795 is Gijsbert Karel van Hogendorp bezig geweest om zijn gedachten te vormen over een nieuwe grondwet. In 1812, het jaar waarin Napoleon ten strijde trok tegen Rusland, zette Gijsbert Karel een ‘Schets van een grondwet voor de Vereenigde Nederlanden’ op papier. Hij schreef erboven: ‘Copij 1806’. Als het stuk in Franse handen zou vallen, zou men denken dat deze schets indertijd gemaakt was voor koning Lodewijk Napoleon. De schets ging uit van een constitutionele monarchie en bestond uit acht afdelingen: die van de koning, van de Staten-Generaal, de Staten der Provincies, de Rechterlijke Macht, van Financiën, van Waterstaat, van Godsdienst en een hoofdstuk over Bijvoegselen en Veranderingen. Nadat erfprins Willem in 1813 koning was geworden, werkte Gijsbert Karel nog geruime tijd als voorzitter van de commissie die de grondwet nader moest uitwerken.

Eeuwige roem

Gijsbert Karel van Hogendorp is niet vergeten. In de geschiedenisboekjes treedt hij nog altijd op als lid van het ‘Driemanschap’ dat de komst van het Koninkrijk Holland voorbereidde. Als zodanig is hij ook, samen met Van Limburg Stirum en Van der Duijn van Maasdam, als standbeeld vereeuwigd op het Nationaal Monument op Plein 1813 in Den Haag. In zijn geboortestad Rotterdam kreeg hij bovendien in 1867 een eigen standbeeld, dat nu bij de Beurs staat. Door heel Nederland zijn straten naar hem vernoemd en ook enkele scholen dragen zijn naam.

Als opsteller van onze eerste grondwet is Gijsbert Karel van Hogendorp bij velen bekend. Door zijn onvermoeibaar strijden voor de vrije handel, tegen de ideeën van koning Willem I die een vurig aanhanger was van handelsbescherming, wordt hij gezien als een voorman van het liberalisme.