Het schilderij

Jan Antonisz. van Ravesteyn
Olie op doek, 230 x 342 cm

Het schilderij

Het schilderij dat van november 2012 tot en met januari 2013 in het Haags Historisch Museum gerestaureerd werd, is het tweede uit de reeks van zes Haagse magistraatsportretten. Het werd in 1636 vervaardigd door de Haagse schilder Jan Antonisz. Van Ravesteyn (ca. 1572-1657). Van Ravesteyn was geen onbekende van het stadsbestuur – bijna twintig jaar daarvoor, in 1618, had hij al eens een magistraatsportret geschilderd, het vroegste uit de reeks van zes Haags magistraatsportretten uit de zeventiende en achttiende eeuw.

Het imposante groepsportret toont ons het Haagse stadsbestuur van 1636. Uiterst links op de voorgrond zit de machtigste man binnen het lokale bestuur: de voor het leven benoemde baljuw. Verder zitten aan de linkerhelft van de tafel de secretaris (schuin achter de baljuw) en de drie burgemeesters. De laatsten vormden samen met de baljuw het dagelijks bestuur van de stad. Aan de rechterhelft van de tafel zit het college van schepenen, dat belast was met de rechtspraak in Den Haag. De prominent aanwezige schildjes met de ooievaar in de achtergrond maken duidelijk dat hier de Haagse magistraat is afgebeeld.

Het schilderij heeft lange tijd in het Oude Raadhuis aan de Groenmarkt gehangen. Echter, volgens de stadsbeschrijving van Jacob de Riemer uit 1730 hing het werk destijds in de Burgemeesterskamer van de Sint Sebastiaansdoelen. Het is niet bekend hoe lang het daar voor die tijd heeft gehangen.

De nieuwe Sint Sebastiaansdoelen: prestigeobject van de Haagse magistraat

Het magistraatsportret van 1636 heeft voor het Haags Historisch Museum een bijzondere betekenis. We zien hier namelijk het Haagse stadsbestuur in vergadering over de bouw van een nieuw ‘clubhuis’ voor de Haagse schutterij. Dat gebouw is de Sint Sebastiaansdoelen aan de Korte Vijverberg, dat sinds 1986 het onderkomen van het Haags Historisch Museum is. Behalve de bouwtekeningen waar de magistraten zich over buigen, verwijst ook de aanwezigheid van de architect, Arent van ’s Gravenzande (uiterst rechts, met passer in de hand), naar het onderwerp van deze vergadering.

Foto: Haags Historisch Museum, Fotostudio Jacobson

De bouw van de nieuwe Sint Sebastiaansdoelen was voor de magistraten een prestigeobject. Met hun bouwplannen haakten de magistraat en de schutterij aan bij het ambitieuze stedenbouwkundige project dat door stadhouder Frederik Hendrik was ingezet en Den Haag – formeel nog altijd een dorp – de nodige grandeur moest verschaffen. Door de aanleg van het Plein transformeerde de verwaarloosde stadhouderlijke tuin achter het Binnenhof in een lommerrijk wandelplein. En de nieuwe Korte Vijverberg werd een kaarsrechte kade met woningen voor de meest welgestelde inwoners van de stad die ‘tot cieraet vande plaetse van ’s Gravenhage soude strecken’. Den Haag, weliswaar ‘het mooiste dorp van Europa’ volgens een bekende zestiende-eeuwse Italiaanse reisbeschrijving, zou eindelijk de allure van een stad krijgen.

De magistraat en de schutterij werkten maar wat graag mee aan de plannen die het aanzien van hun stad verhoogden. Op 7 oktober 1636 nam het stadsbestuur het besluit dat de bouw van de nieuwe Doelen openbaar zou worden aanbesteed. Nog geen twee maanden later werd door de 10-jarige zoon van stadhouder Frederik Hendrik, de latere Willem II, de eerste steen gelegd. Daarmee was het fundament gelegd van wat een van de fraaiste doelenhuizen van de Republiek zou worden.

Arent van ’s-Gravezande (ca. 1610-1662)

De figuur van Arent van ’s-Gravezande (uiterst rechts op de afbeelding), over wiens plannen wordt vergaderd, steekt duidelijk af bij de rond de tafel gezeten magistraten. De architect is eenvoudiger gekleed dan de hoge heren en draagt, net als de overige staande figuren, geen hoed. De passer in zijn hand is een verwijzing naar zijn rol als architect van de nieuwe Sint Sebastiaansdoelen.

Arent van ’s-Gravezande behoort tot de belangrijkste architecten van de Gouden Eeuw. Hij kreeg zijn opleiding van de bekende bouwmeester Jacob van Campen en werkte in de stijl van het Hollands classicisme. Van ’s-Gravezande was in 1636, toen hij de opdracht kreeg voor het nieuwe onderkomen van de schutterij, nog vrij onervaren als architect. De nieuwe Sint Sebastiaansdoelen kan daarom beschouwd worden als zijn meesterproef als architect. Kort daarna stroomden de opdrachten binnen. Het grootste deel van zijn carrière, van 1638 tot 1655, was Van ’s-Gravezande werkzaam als stadsarchitect in Leiden. Daar ontwierp hij onder meer de Marekerk en de Lakenhal.

Literatuur:

  • J.C. Herpel, Het oude Raadhuis van ’s-Gravenhage (Den Haag, 1975)
  • Karlien Floranne Ritter, ‘De schuttersstukken van Jan Antonisz. Van Ravesteyn’, MA-scriptie Kunstgeschiedenis, Universiteit Leiden, 2012
  • Guido Steenmeijer, Tot cieraet ende aensien deser stede. Arent van ’s-Gravesande (ca. 1610-1662), architect en ingenieur (Leiden, 2005)
  • Th. Wijsenbeek (red.), Den Haag, geschiedenis van de stad. Deel 2: De tijd van de Republiek (Zwolle, 2005)