Restauratie van 'De Haagse Magistraat in 1636'

Van november tot en met februari 2013 werd het schilderij De Haagse magistraat in 1636 van Jan van Ravesteyn gerestaureerd op zaal. Hieronder kunt u het verslag teruglezen.

11 februari 2013: de restauratie is afgerond!

Na het afronden van de laatste retouches, krijgt het schilderij een laatste laagje vernis, het zogeheten slotvernis. Op 11 februari kan het schilderij dan eindelijk weer in zijn lijst geplaatst worden. Daarmee is de restauratie afgerond. De Haagse magistraten uit 1636 zijn weer in hun oude glorie hersteld! Het schilderij, dat hiervoor lange tijd in het Oude Raadhuis aan de Groenmarkt heeft gehangen, is vanaf nu permanent te bewonderen in de Schutterszaal van het Haags Historisch Museum.

Woensdag 16 januari: vervolg retoucheren

Afbeeldingen: voor en na retoucheren

Op deze foto’s is het resultaat van het tot nu toe verrichte retoucheerwerk goed te zien. Let bij de bovenste foto (vóór retoucheren) vooral op de lacune in de neus van de geportretteerde.

Naast het retoucheren van de opgevulde lacunes, worden ook de gebieden geretoucheerd waar sprake is van slijtage van de verflagen. Dit verlies van verf treedt veelal op bij de hoger gelegen toppen van het weefsel van het doek. De slijtage is vooral in de donkere kleding van de magistraten aanwezig en visueel storend. De vele puntjes worden met een klein penseel geretoucheerd om te voorkomen dat ook originele verf wordt overschilderd.

Donderdag 13 december: begin retoucheren

Afbeelding: Retoucheren

Nu alle vullingen zijn aangebracht, kan het retoucheren beginnen. Om de retouches zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de originele verflagen, werken de restauratoren in laagjes. Eerst brengen zij een grondtoon aan, die in een later stadium wordt aangekleurd.

Afbeelding: de ‘retoucheerset’ van een de restauratoren

Voor de retouches maken de restauratoren gebruik van losse pigmenten waar met behulp van een bindmiddel (een synthetische hars) verf van wordt gemaakt. De keuze voor pigmenten en bindmiddel wordt bepaald door het belang van duurzaamheid en omkeerbaarheid. Met andere woorden, de retouches mogen niet verkleuren en moeten bij toekomstige restauraties eenvoudig verwijderd kunnen worden.

Dinsdag 11 december: vullingen

Na het aanbrengen van het tussenvernis worden alle beschadigingen met verfverlies in het schilderij opgevuld met een wit vulmiddel. Op deze vullingen zullen uiteindelijk de retouches worden aangebracht. De vullingen moeten ervoor zorgen dat de retouches op hetzelfde niveau komen als de originele verflaag. De structuur van de vullingen wordt gemanipuleerd om deze zo goed mogelijk te laten aansluiten bij die van de originele verflaag.

6 december: tussenvernis

Nu alle oude vernis en overschilderingen zijn verwijderd, is vandaag een eerste nieuwe laag vernis aangebracht. Dit heet een tussenvernis en dient verschillende doeleinden.

Allereerst vormt het een beschermlaag tussen de originele verf en de toevoegingen die de restauratoren gaan aanbrengen. In de moderne restauratiepraktijk wordt veel belang gehecht aan reversibiliteit: het werk van de restaurator moet altijd teruggedraaid kunnen worden, want wie weet welke nieuwe inzichten of technieken er in de toekomst nog worden ontwikkeld.

Daarnaast helpt het aanbrengen van een tussenvernis de restauratoren bij het retoucheren van het schilderij. Zonder vernis is de originele verf namelijk mat en onverzadigd waardoor het lastig is een retouche qua kleur goed aan te laten sluiten op de originele verflaag. Door het aanbrengen van de vernislaag worden de kleuren verzadigd en krijgt het schilderij weer diepte en glans.

Afbeelding: het aanbrengen van het tussenvernis

Het aanbrengen van een tussenvernis gebeurt met brede, platte kwasten. Het is belangrijk dat de vernislaag glad en egaal wordt. Omdat deze snel droogt en uithardt moet het in korte tijd worden aangebracht. Een spannende operatie, vooral bij een schilderij van dit formaat. De restauratoren moeten gebruik maken van een steiger om bij het bovenste deel van het schilderij te kunnen. Vervolgens wordt het onderste deel gedaan. Er wordt door twee restauratoren tegelijkertijd vernis aangebracht. Ondertussen controleert een derde restaurator of zij geen plekjes zijn vergeten en of de vernislaag egaal wordt.

Afbeelding: Restauratoren Masayuki Hinoue en Jennifer Young van restauratieatelier Redivivus

Het vernis bevat stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. De zaal die gewoonlijk voor bezoekers geopend is, wordt tijdelijk afgesloten. Ter bescherming van hun gezondheid dragen de restauratoren gasmaskers en handschoenen. Ook wordt gebruik gemaakt van twee afzuig-apparaten.

28 november: de vernisafname

De restauratoren zijn nu bijna twee weken bezig met het verwijderen van de vernislaag van het schilderij. Het is een nauwgezet karwei dat veel tijd en concentratie vereist. Het vernis wordt met behulp van in oplosmiddel gedoopte wattenstaafjes stukje voor stukje afgenomen.

Afbeelding: tijdens de vernisafname, het rechterdeel is al grotendeels gedaan

Een vernislaag dient deels om de verf te beschermen. Tegelijkertijd heeft het ook een esthetische functie: het zorgt ervoor dat de kleuren verzadigd raken, waardoor het schilderij diepte krijgt. In de loop der jaren vergeelt een vernislaag, wat natuurlijk zijn weerslag heeft op het aanzien van het schilderij.

Afbeeldingen: Een detail vóór (boven) en na vernisafname (onder)

Op ons schilderij is het verschil tussen vóór en na vernisafname goed te zien, vooral in het groen van de achtergrond. Doordat het vuil en de vernis zijn verwijderd is nu op de lange wand in de achtergrond een koeler en grijzer groen zichtbaar geworden. Daardoor zien we nu ook een groter kleurverschil met de korte wand aan de rechterkant.

Tegelijk met de afname van het vernis worden ook oude retouches en overschilderingen verwijderd. De meest in het oog springende retouches op dit schilderij zijn die in de gezichten en de kragen van de geportretteerden. Deze zijn vermoedelijk aangebracht toen het schilderij in 1955 werd gerestaureerd. Door een chemische reactie met het vernis is de verf van de retouches in de loop der jaren wit uitgeslagen, waardoor het een storend element is geworden. Bij het verwijderen van de retouches worden hier en daar minuscule zwarte puntjes zichtbaar. Op deze plaatsen is sprake van verfverlies. Bij een eerdere restauratie zijn deze plekken overschilderd, maar op zo’n manier dat ook de oorspronkelijke verf werd bedekt.

In een latere fase van de restauratie worden de verfverliezen opgevuld en ingeschilderd.

13 november: De restauratie is begonnen!

Vandaag is de restauratie van Jan van Ravesteyns Haagse magistraatsportret uit 1636 officieel van start gegaan. De eerste stap bestaat uit het verwijderen van oppervlaktevuil. Op de vernislaag van het schilderij heeft zich in de loop der tijd het nodige vuil opgehoopt. Dit varieert van roet- en nicotineaanslag tot stofdeeltjes. Voordat het vernis kan worden afgehaald, moet eerst de laag oppervlaktevuil worden verwijderd. De restauratoren zijn hier de hele dag mee bezig geweest. De volgende stap is de vernisafname. Vandaag hebben de restauratoren al enkele testjes uitgevoerd om vast te stellen wat het beste oplosmiddel is voor het vernis van dit schilderij.

Op verschillende plekken wordt getest wat het meest geschikte oplosmiddel is voor het verwijderen van het oude vernis.

Waarom restaureren?

Het schilderij van Van Ravesteyn had te kampen met verschillende problemen als gevolg van eerdere restauraties, zoals verkleurde retouches en vervlakking van verflagen. Dit is niet ongebruikelijk – veel van het werk van de hedendaagse restaurator bestaat uit het ongedaan maken van eerdere, vaak negentiende-eeuwse, restauraties. Het schilderij van Van Ravesteyn was in de negentiende eeuw bedoekt en voor het laatst gerestaureerd in 1955.