Poppenhuizen

De poppenhuizen van jonkvrouwe Lita de Ranitz

In september 1910 werd op een Haags huis in aanbouw de vlag gehesen om het heugelijke feit te vieren dat het hoogste punt bereikt was. Het was geen gewoon huis, maar een poppenhuis of pronkkast met zes vertrekken die een zeer gedetailleerd beeld gaven van een Haagse villa uit het begin van de twintigste eeuw.

De opdrachtgeefster was jonkvrouw Lita de Ranitz (1876-1960) die in 1919 trouwde met kunstschilder Willem Bastiaan Tholen (1860-1931). Voor de inrichting van dit grote poppenhuis reisde zij samen met haar vriendin Marie Auguste van Hogendorp (1864-1931) heel Europa door op zoek naar miniaturen. Later ging Lita ook andere poppenhuizen verzamelen. Zo bouwde zij een collectie op van miniatuur-woonkamers, keukens, winkeltjes en diverse poppen.

In 1960 legateerde Lita haar verzameling aan het Kostuummuseum in Den Haag. Later ging deze collectie over naar het Haags Historisch Museum waar met name het grote poppenhuis tot op heden een topstuk vormt binnen de vaste opstelling.