Portretten / de 17e eeuw

Vergroot deze foto

Portretten van Hollandse graven en gravinnen

  • Hollandse School, ca. 1600
  • Nu te zien in de Seniorenkamer van de Eerste Kamer

In het gebouw van de Eerste Kamer hangt een zeldzame reeks van 36 portretten van de Hollandse graven en gravinnen. Het belang van deze serie ligt niet in de artistieke kwaliteit of betrouwbaarheid van de portretweergave, maar in de volledigheid van de reeks die begint bij Dirk I en eindigt bij Filips II, de laatste graaf van Holland in 1581. Vermoedelijk zijn deze panelen rond 1600 vervaardigd in het atelier van een anonieme schilder die zich, gezien de verschillen op detailniveau, liet bijstaan door een of meerdere leerlingen.

Alle portretten zijn voorzien van een gouden opschrift met de naam van de geportretteerde en de titel comes Hollandiae et Zelandiae (graaf van Holland en Zeeland). Voor de weergave van de heersers volgde de schilder zeer nauwkeurig de prenten van Philips Galle, die op zijn beurt teruggreep op wandschilderingen uit het Karmelietenklooster in Haarlem. Deze heersersportretten zijn dus niet naar het leven geschilderd, maar geven inzicht in hoe de vaderlandse geschiedenis in de late 16de eeuw werd verbeeld.

Bovenste rij (v.l.n.r.): Floris IV , Willem II, Floris V
Onderste rij (v.l.n.r.): Albrecht van Beieren, Jacoba van Beieren, Filips II

Voor de ontwikkeling van Den Haag speelden verschillende graven en gravinnen van Holland een belangrijke rol. Wie de stichter is, blijft onderwerp van discussie. Is dit Floris IV die hier omstreeks 1230 bezittingen had of zijn zoon Willem II die in 1248 opdracht gaf hier een paleis te bouwen? Beter aantoonbaar is de invloed van hun opvolger Floris V. Rond 1276 liet hij zijn bezittingen in Den Haag omvormen tot zelfstandig ambacht. Ook realiseerde hij de bouw van een ‘koninklijke zaal’ (de latere Ridderzaal). Pas onder hertog Albrecht van Beieren werd het Binnenhof echt een thuisbasis. Deze positie van grafelijke residentie verloor Den Haag alweer na diens dood, maar als regeringsplaats had het ‘dorp’ aan betekenis gewonnen vanwege de aanwezige bestuurlijke instellingen. In 1433 kwam het graafschap Holland via Jacoba van Beieren in handen van de Bourgondische hertogen. Deze heren kwamen enkel naar Den Haag voor hun intrede, een verzoek om geld of een heervaart. Zo verbleef koning Filips II, de laatste graaf, alleen voor zijn inhuldiging (één dag) in Den Haag.

  • Objectnummers: 1872-0004-SCH – 1872-0039-SCH
  • Materialen: Olieverf op paneel
  • Afmetingen: 42,0 x 32,0 cm
Literatuur
  • Chr.L. Baljé (red.), Hollandse graven hervinden hun residentie. Een plaatsbepaling van Hollandse graven en gravinnen bij de opening van de portrettengalerij in het gebouw van de Eerste Kamer (Den Haag 1996).
  • Kees Stal en Victor Kersing, ‘Ruimtelijke ontwikkeling in de late Middeleeuwen’, in: J.G. Smit (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad. Deel 1: Vroegste tijd tot 1574 (Zwolle 2004) 27-76, aldaar 30-39, 54-56.
  • Hans Smit en Fred van Kan, ‘Politiek en bestuur. Graaf, hof en dorp’, in: Smit (red.), Den Haag. Geschiedenis van de stad 1, 88-150, aldaar 88-92.

Zie voor de volledige stamboom van de Hollandse graven en gravinnen: http://www.haagsetijden.nl/page/stamboom-van-de-graven-van-holland#.WXspMojyiM8

Lees meer