Portretten / de 19e eeuw

Vergroot deze foto

Het lucifermeisje

  • Floris Arntzenius, ca. 1890
  • Nu te zien in zaal 3

Steunend op haar kruk probeert dit invalide meisje, enigszins mokkend, lucifers te verkopen aan voorbijgangers. De luciferdoosjes liggen in het mandje dat rond haar hals hangt. Als schril contrast is op de achtergrond een luxe restaurant zichtbaar waar een man koffie zit te drinken. Arm en rijk leven in 19de-eeuws Den Haag niet apart maar juist dichtbij elkaar. Gemiddeld verdienen arbeiders in die tijd tussen de negen en veertien gulden per week, een bedrag dat direct op gaat aan eten en drinken, huur en kleding. Voor extra inkomsten sturen ouders soms hun kinderen de straat op om papieren rozen of lucifers te verkopen. Dit gehandicapte meisje staat vermoedelijk bij de ingang van de Passage, de tussen 1882 en 1885 gebouwde chique winkelgalerij tussen de Spuistraat en het Buitenhof.

In het werk van Floris Arntzenius (1864-1925) vormt dit portret van het lucifermeisje een uitzondering. Arntzenius vestigt zich in 1892 samen met zijn moeder in de Baliestraat 103 in Den Haag. Hier legt hij zich toe op het schilderen van intieme stadstaferelen op klein formaat. De omgeving van het Lange Voorhout, en met name de drukke Spuistraat, vormt een belangrijk motief in zijn schilderijen en aquarellen. In tegenstelling tot Vincent van Gogh (1853-1890) geeft Arntzenius in zijn werk niet de voorkeur aan het harde leven met onderwerpen als de bouw of de gasfabriek. Weliswaar komen op zijn stadsgezichten ‘volkse’ types als slagersjongen, dienstboden en koeriers voor, maar daklozen of bedelaars, zoals ons lucifersmeisje, zijn hierop niet te zien.

  • Objectnummer: 1969-0002-SCH
  • Materiaal: Olieverf op doek
  • Afmetingen: 131,0 x 76,0 cm

Literatuur

  • Dolf Welling, Floris Arntzenius (Den Haag 1992) 26-37.
Lees meer