Het schilderij
Het eerste Haagse magistraatsportret
Jan Antonisz. van Ravesteyn, De magistraat ontvangt de officieren van de schutterij op de Sint Sebastiaansdoelen, 1618.Het eerste schilderij dat van september tot en met december 2011 in het Haags Historisch Museum gerestaureerd wordt, is ook het vroegste uit de reeks van de zes Haagse magistraatsportretten. Het werd in 1618 vervaardigd door de Haagse schilder Jan Antonisz. Van Ravesteyn.
Bijzonder is dat Van Ravesteyn twee genres heeft gecombineerd. Het is namelijk niet alleen een magistraatsportret, maar ook een schuttersstuk. Het geeft een ontmoeting weer tussen de stadsbestuurders en de schutters van Den Haag. Links en rechts van de aan tafel gezeten magistraten staan de kapiteins van de vier Haagse schuttersvendels opgesteld. Ze zijn te herkennen aan hun sjerpen en pluimen en worden alle vier vergezeld door hun vaandeldrager: rechts het Oranje, Witte en Blauwe Vaandel, links het Oranje-blanje-bleu Vaandel.
Onder magistraten
De Haagse magistraat vormde het bestuur van Den Haag en was in feite de voorloper van het college van burgemeester en wethouders. Helemaal links aan tafel zit, met degen, de machtigste man van de locale politiek, de baljuw. Direct naast hem zitten de drie burgemeesters van Den Haag; zij vormden het dagelijks bestuur van de stad. De overige mannen aan tafel zijn de zeven schepenen – zij vormden de locale rechtbank – de pensionaris en de secretaris. Zowel wat betreft kleding als positie zijn de Haagse magistraten als één groep afgebeeld. Toch is Van Ravesteyn erin geslaagd ieder van hen als individu weer te geven.
Neem bijvoorbeeld Pieter van Veen, advocaat van het Hof van Holland en pensionaris van Den Haag. Van Veen heeft op het schilderij een prominente plaats: centraal op de voorgrond draait hij, met een glas in zijn hand, richting de binnenkomende schutters aan de rechterkant. Met zijn peinzende blik, zijn bleke, bijna doorzichtige huid en dunne grijze haar lijkt hij ouder dan zijn werkelijke leeftijd van vijfenvijftig jaar. Als pensionaris was Van Veens belangrijkste taak om de magistraat te adviseren over juridische kwesties. Maar hij had meer talenten. Naast zijn succesvolle carrière als jurist ontwikkelde hij zich als schilder, bespeelde hij de luit en de viool en leerde hij vijf talen vloeiend spreken. Als schilder is Pieter van Veen vooral bekend vanwege het grote doek De spijziging der verloste Leidenaren op 3 oktober 1574, dat het Leidens Ontzet voorstelt en te zien is in Museum de Lakenhal in Leiden.
Een bijzonder ontvangst
De ontvangst van de schutters door de magistraten vindt plaats in de oude Sint Sebastiaansdoelen, het ‘clubhuis’ van de schutterij. In 1636 moest dit gebouw aan de Korte Vijverberg plaats maken voor de Nieuwe Doelen, het tegenwoordige onderkomen van het Haags Historisch Museum. Dat de voorstelling zich afspeelt in de Sint Sebastiaansdoelen
weten we door het schilderij dat op de schoorsteenmantel is afgebeeld. We zien daarvan alleen het onderste deel, maar het is zeer waarschijnlijk dat het om een afbeelding van de Heilige Sebastiaan gaat, de patroonheilige en naamgever van de schutterij. De voorstelling doet dus vermoeden dat de schutters in hun eigen gebouw worden ontvangen!
Op het schilderij nemen de bestuurders de belangrijkste plaats in: ze staan letterlijk en figuurlijk centraal. Toch mag het belang van de schutterij niet worden uitgevlakt. De schutterij was belast met het bewaken van de stad en het handhaven van de openbare orde. Een echte politiemacht bestond nog niet en dus waren de stadsbestuurders in tijden van oproer en politieke onrust afhankelijk van het optreden van de schutters. Dit gaf de schutters een bijzondere machtspositie die zij konden uitbuiten door te weigeren om op te treden, of door zich zelfs tegen het stadsbestuur te keren. Van onenigheid is op het schilderij van Van Ravesteyn natuurlijk niets te zien. Integendeel, het is een verbeelding van een harmonieuze relatie tussen statige stadsbestuurders en trouwe, maar trotse schutters.


