Naar de website van de Gevangenpoort
Naar de pagina van het Sebastiaan Genootschap

Vrouwen rond de Hofvijver

Vijfhonderd jaar Haagse vrouwen

Van 8 maart tot en met 28 augustus 2011 stelt het Haags Historisch Museum enkele bijzondere vrouwen centraal in de manifestatie ‘Vrouwen rond de Hofvijver’. In het museum zijn portretten en voorwerpen te zien van vrouwen als Betje Wolff en Aagje Deken, de schilderes Maria Margaretha la Fargue en ontdekkings-reizigster Alexandrine Tinne. Bijzonder onderdeel zijn de objecten in zaal 8 uit de Russisch-orthodoxe kapel van koningin Anna Paulowna die het museum tijdelijk in bruikleen heeft.

Het museum brengt het vrouwenthema ook op locatie voor het voetlicht. In Museum de Gevangenpoort, het bezoekerscentrum van het Huis voor Democratie en Rechtsstaat en het Nutshuis zijn presentaties te zien over de thema’s ‘Vrouwen in het gevang’, ‘Vrouwen aan de macht’ en ‘Vrouwen van nu’. In het museum is voor elke bezoeker een wandeling langs belangrijke plekken in de vrouwengeschiedenis van Den Haag verkrijgbaar.

De manifestatie ‘Vrouwen rond de Hofvijver’ wordt georganiseerd naar aanleiding van het afronden van het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland (DVN), een samenwerkingsproject van de Universiteit van Utrecht en het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag. In dit DVN zijn ruim duizend vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis (geboren vóór 1850) beschreven door ruim tweehonderd deskundigen (www.vrouwenlexicon.nl).

Deze tentoonstelling is helaas voorbij. Op deze pagina vindt u nog een aantal verhalen over vrouwen die in deze tentoonstelling aan bod zijn gekomen.

Maria van Berckel (1632-1706) – een huisvrouw met de broek aan

Maria van Berckel werd geboren in een vooraanstaande Rotterdamse regentenfamilie. In 1650 trouwde ze in Den Haag met Cornelis de Witt, een Dordtse regent. In het spoor van zijn broer Johan, die vanaf 1654 als raadpensionaris een van de machtigste mannen van de Republiek was, nam ook de carrière van Cornelis een hoge vlucht. Hij bekleedde belangrijke politieke functies en gaf bij verschillende zeeslagen leiding aan de Nederlandse vloot.

Het leven van Maria stond in het teken van haar man en gezin. Toch was ze geen ‘gewone’ huisvrouw. Wanneer haar man afwezig was – wat door zijn politieke functies vaak voorkwam – trad Maria op als zijn plaatsvervanger. Ze stond dan mensen te woord en hield Cornelis per post op de hoogte. Ook bemoeide ze zich – uit bezorgdheid – geregeld met de carrière van haar man. Voor hij aan het hoofd van de Nederlandse vloot uitvoer om tegen de Engelsen te vechten, moest hij eerst Maria om toestemming vragen. Later is ook wel beweerd dat, anders dan Johans vrouw (die een ‘goed schaap’ was), de vrouw van Cornelis ‘de broek aan had’.

In 1672, het Rampjaar, keerde het politieke tij voor de gebroeders De Witt. Ze kregen de schuld van de oorlog met Engeland en Frankrijk en werden het slachtoffer van een haatcampagne. Het grimmige politieke klimaat bezorgde Maria nachtmerries over wat haar gezin te wachten stond. In een van die nachtmerries zag ze hoe bij haar zoontje Johan beide benen werden afgerukt door een kanonskogel afkomstig van het Binnenhof.

Tot overmaat van ramp werd Cornelis dat jaar beschuldigd van het beramen van een moordaanslag op stadhouder Willem III. Mede namens Maria verscheen een pamflet waarin Cornelis’ onschuld werd betoogd. Het mocht niet baten; Cornelis werd door het Hof van Holland veroordeeld tot verbanning uit Holland. Nog voordat hij Den Haag kon verlaten, werden hij en zijn broer Johan op brute wijze vermoord door een woedende menigte burgers. Deze voltrokken de doodstraf die in hun ogen eigenlijk door het Hof van Holland had moeten worden opgelegd.

Maria heeft haar echtgenoot meer dan dertig jaar overleefd. In 1706 stierf ze, 74 jaar oud. Slechts één van de negen of tien kinderen die zij kreeg, was toen nog in leven.

Maria Margaretha la Fargue (1743-1813), schilderes van moeders en kinderen

Maria Margaretha la Fargue was het enige vrouwelijke lid van een Haagse schildersfamilie. Van haar broers Paulus Constantijn en Jacob Elias kreeg zij les in tekenen en schilderen. Haar broers maakten vooral stadsgezichten, terwijl  Maria Margaretha genrestukken schilderde (voorstellingen uit het dagelijkse leven). Maria Margaretha was bijzonder godsdienstig en schreef gedichten en proza. Haar (onuitgegeven) bundeltje Godes lof geeft juichens stof was opgedragen aan de leden van het Genootschap ter Verdediging des Christelijken Godsdienst.

De La Fargue’s pretendeerden af te stammen van een voorname Franse familie. Ze beschikten echter meestal over weinig financiële middelen. Ook Maria Margaretha, die ongehuwd bleef, had het niet breed. Op latere leeftijd voorzag zij in haar onderhoud door het geven van tekenles. Aan het eind van haar leven was zij afhankelijk van de bedeling. Zij stierf op 70-jarige leeftijd in het zieken- en bestedelingenhuis aan de Lange Beestenmarkt.

Alexandrine Tinne (1835-1869) – vrouw van de wereld

Alexandrine Petronella Francisca Tinne is bekend geworden als ontdekkingsreizigster. Zij groeide op in Den Haag als dochter van de schatrijke zakenman Philip Frederick Tinne. Met hulp van een legertje slaven had hij in West-Indië zijn fortuin gemaakt via de teelt van koffie en suiker. Haar moeder Henriëtte van Capellen was de dochter van een gevierde viceadmiraal. Alexandrine kreeg onderwijs aan huis. Naast Nederlands sprak zij Engels en Frans, de internationale taal van die tijd. Alexandrine had een grote belangstelling voor de fotografie. Zij ging zelf fotograferen (voor die tijd heel bijzonder) en legde onder andere de omgeving van het familiehuis aan het Lange Voorhout 32 vast.

De familie Tinne hield veel van reizen. Nadat haar vader in 1844 was overleden, bleef Alexandrine met haar moeder buitenlandse reizen maken. Deze reizen werden steeds avontuurlijker, zeker toen de dames onbekende gebieden in Afrika gingen verkennen. Alexandrine trok zelfs enige tijd op met de beroemde Duitse ontdekkingsreiziger Theodor von Heuglin. Haar expedities hadden wel iets van een volksverhuizing: dragers en lastdieren voerden tenten, grote hoeveelheden huisraad (waaronder metalen bedden) en voedsel mee. Het plan om Toearegs in de Sahara te ontmoeten liep fataal af. Alexandrine werd vermoord en haar lichaam is nooit teruggevonden.

Rijnburgh Sebastiaensdochter de Jonge (1609-1679) – de verbeelding van de deugdzame huisvrouw

Als dochter uit de vooraanstaande Haagse familie De Jonge trouwde Rijnburg met Willem van den Kerckhoven. Willem begon zijn carrière als advocaat in Amsterdam om vervolgens raadsheer te worden van het Hof van Holland in Den Haag. Vanaf 1652 diende hij tevens als raadsheer voor Amalia van Solms en Mary Stuart, de weduwen van respectievelijk stadhouder Frederik Hendrik en stadhouder Willem II. Rijnburgh had als echtgenote van een dergelijk vooraanstaand man een belangrijke rol  te vervullen als vrouw des huizes. Zo was zij verantwoordelijk voor de staat van het huishouden en het welzijn van het gezin.

De rijkdom en klassieke smaak die bij een dergelijk milieu hoorden, zijn door de Haagse schilder Johan Mijtens perfect verbeeld in het familieportret van Rijnburgh en haar man. De welgestelde familie is goed gekleed, deels geïnspireerd op de klassieke oudheid, en is door de schilder in een fraai denkbeeldig landschap geplaatst. Een Moorse bediende is afgebeeld als statussymbool. Op de schilderijlijst zijn zowel de familiewapens van Rijnburgh als Willem geplaatst.

Tien kinderen omringen de beide ouders in het landschap, in de lucht zweven nog eens vijf engeltjes, zij vertegenwoordigen de kinderen die reeds voor 1652 waren overleden.  Alle kinderen dragen een attribuut. Zo heeft Adriaen, de zoon die achter de moeder staat, een tros druiven bij de steel. Zijn broer Egbert draagt een blad met druiventrossen. De meisjes rechts tonen bloemen. Verschillende van deze objecten hadden een symbolische betekenis, gebaseerd op voorbeelden uit de emblematische traditie (prenten met een bijbehorende spreuk). Zo is het beeld van het bij de steel vasthouden van een druiventros terug te vinden bij de dichter Jacob Cats, waar het staat voor de kuisheid van de (huis)vrouw. Vruchten worden geassocieerd met de vruchtbaarheid van het gezin en van de vrouw in het bijzonder. Het schilderij laat zo een beeld zien van de ideale huisvrouw in de 17de eeuw: kuis en tegelijk vruchtbaar.

Hermance Schaepman (1919-2007) – een vrouw met hart voor de stad

Hermance Schaepman hield van Den Haag. Veel Hagenaars kenden haar: een statige dame, deftig en dominant, per fiets de stad doorkuisend en geregeld op de barricaden als haar geliefde stadsschoon werd bedreigd. Op latere leeftijd leidde Hermance een galerie en bestookte zij gezagsdrager met haar protesten en plannen. Zij streed voor het behoud van het Scheveningse Kurhaus dat gesloopt dreigde te worden en richtte de vereniging Vrienden van Den Haag op die zich inzette voor het behoud van de leefbare stad.

Furore maakt Hermance vooral met een indrukwekkende kunstmanifestatie met de Hofvijver als thema, waarvoor zij tal van vooraanstaande kunstenaars wist te strikken. Zij zag er zelfs niet tegenop om dagelijks op een klapstoeltje bij de Hofvijver te gaan zitten om het project aan belangstellenden toe te lichten.

De recent opgerichte Stichting Vrienden van de Hofvijver heeft het eilandje in de Hofvijver op 23 oktober 2010 omgedoopt tot Hermance Schaepman plantsoen.