haags historisch museum

informatie per e-mail ontvangen?


De Winterkoning en Winterkoningin
Koninklijke ballingen in 17de-eeuws Den Haag (t/m 14 maart 2004)

Op Valentijnsdag in 1613 trouwde in Londen een Engelse koningsdochter met een Duitse vorstenzoon. Elizabeth Stuart (1596-1662) was de mooiste prinses van Europa en bovendien intelligent, creatief en ondernemend. Frederik V van de Palts (1596-1632) was de knappe en zorgeloze zoon van één van de vier Duitse keurvorsten. Het was liefde op het eerste gezicht. De passie voor elkaar heeft hen waarschijnlijk op de been gehouden toen het politiek een drama werd. Het leven en de liefde van dit koninklijke paar staat centraal in De Winterkoning, balling aan het Haagse hof, van 6 december 2003 tot en met 14 maart 2004 te zien in het Haags Historisch Museum.

Queen of Hearts

So, when my mistress shall be seen / in form and beauty of her mind, / by virtue first, then choice, a queen, / tell me, if she were not design’d / th’eclipse and glory of her kind? Deze versregels, opgedragen aan de Koningin van Bohemen, waren populair in de 17de eeuw. Voor het huwelijk van Frederik en Elizabeth was er muziek gecomponeerd, poëzie geschreven en Shakespeare presenteerde zijn toneelstuk The Tempest. Ook na de bruiloft werden er kunstwerken opgedragen aan de Queen of Hearts, zoals Elizabeth vanwege haar enorme populariteit werd genoemd. Een andere koosnaam voor haar is Grootmoeder van Europa, omdat haar afstammelingen te vinden zijn in de koningshuizen van België, Bulgarije, Denemarken, Groot-Brittannië, Griekenland, Italië, Nederland, Roemenië en Zweden.

Nauwe familiebanden

De beide koningskinderen waren verwant aan verschillende Europese koninklijke families. Elizabeth’s ouders waren Jacobus I van Engeland, Wales en Schotland en Anna van Denemarken en Noorwegen. De moeder van Frederik V van de Palts, Louise Juliana, was een dochter van Willem van Oranje en Charlotte de Bourbon, zijn derde vrouw, en dus een halfzus van Maurits en Frederik Hendrik. In 1625 zou Frederik Hendrik op zijn beurt trouwen met Amalia van Solms, een van de hofdames van Elizabeth. De Engelse koning had met zijn huwelijkspolitiek geprobeerd de vrede in Europa positief te beïnvloeden. Zijn oudste zoon zou met een katholieke Spaanse of Franse koningsdochter trouwen. Voor Elizabeth koos hij de meest aanzienlijke protestante vorstenzoon. Hij kon echter niet voorkomen dat de tegenstellingen tussen beide geloven steeds scherper werden, met name in Duitsland, de bakermat van de reformatie.

Geloofsverschillen

De Palts en Beieren, twee gelieerde vorstendommen in het Duitse Rijk, vielen van oudsher onder de katholieke familie Wittelsbach. Onder Frederik III werd de Palts-tak van de familie echter protestant. Frederik V, die in 1610 zijn vader opvolgde, werd vervolgens aanvoerder van de nieuwe Protestantse Unie. Zijn Beierse neef Maximiliaan werd bevelhebber van de katholieke Liga. De unie verzette zich tegen de macht van de Oostenrijks-Habsburgse keizer, zoals eerder de Nederlanden in opstand kwamen tegen de Spaans-Habsburgse landsheer. Eenzelfde conflict speelde in Bohemen, ook keizerlijk gebied. In 1609 eisten de Boheemse staten eigen rechten op, waaronder de keuze van een koning en godsdienstvrijheid. Met de door hen benoemde Ferdinand van Stiermarken bleken ze al snel een vergissing te hebben gemaakt, want hij bleek geen voorstander van geloofsvrijheid. Na een mislukte bespreking gooiden de vertegenwoordigers van de protestantse staten uit woede de katholieke afgevaardigden uit het raam van de Praagse burcht. Hiermee begon de Dertigjarige Oorlog.

De Boheemse staten kozen vervolgens Frederik V van de Palts als nieuwe koning. Twee dagen later werd Ferdinand de nieuwe keizer van het Duitse Rijk. Een van de eerste acties van de keizer was een aanval op de koninklijke residentie in Praag. Frederik was niet opgewassen tegen de overmacht van Ferdinand, die werd bijgestaan door Maximiliaan I van Beieren. In 1620 verloor de jonge Boheemse koning de slag bij de Witte Berg. Hij was gedwongen te vluchten na één winter koningschap van Bohemen. Dit leverde hem de bijnaam ‘winterkoning’ op, en Elizabeth werd Winterkoningin. De leuze op het vaandel van een van Frederik’s generaals, Christiaan van Brunswijk, had niet kunnen helpen: ‘Tout pour Dieu et pour Elle’.

Asiel in Den Haag

Toen de Winterkoning en Winterkoningin in Den Haag asiel vonden, kwamen ze in een geheel andere wereld terecht dan ze gewend waren. In tegenstelling tot Duitsland of Bohemen hadden de gewesten in de Republiek geen koninklijke of adellijke achtergrond. De stadhouder werd door het buitenland wel als vorst gezien, maar er werd in de Republiek niet naar geleefd. Het Hof van Wassenaer aan de Kneuterdijk dat aan Frederik en Elizabeth ter beschikking werd gesteld, was eigenlijk te gewoontjes en zeker te klein voor de Boheemse hofhouding. Snel werd het aangrenzende Hof van Naaldwijk erbij getrokken. De komst van een tweede hof naar Den Haag gaf natuurlijk een enorme impuls aan de lokale middenstand en de kunstenaars in de stad. Het zorgde ook voor enige competitie. Prins Frederik Hendrik en Amalia van Solms hadden het meeste aanzien in de Republiek; Frederik V en Elizabeth hadden de hoogste -  koninklijke - status. Buitenlandse gasten gingen daarom eerst naar het Boheemse hof voordat zij de stadhouder gingen begroeten.

Dolle Palatijnen

De kinderen van de Winterkoning hoorden niet bij de Haagse hofhouding. Zij werden voor hun opvoeding en opleiding ondergebracht in Leiden. Toen het jongste kind er arriveerde, studeerde de oudste al aan de universiteit. De jongens zouden later bekend komen te staan als de Dolle Palatijnen, omdat ze samen met andere jonge edellieden het Haagse hofgebied onveilig maakten. Van de dertien kinderen die Frederik en Elizabeth kregen, stierven er vier op jonge leeftijd in het ziekbed. De oudste zoon, Frederik Hendrik, kwam op tragische wijze om toen hij met zijn vader de binnenkomst van de Zilvervloot van Piet Hein aan het bekijken was. Rupert, de derde zoon, zou zijn moeders voetsporen volgen wat betreft bijnamen: ‘the greatest Beau’, ‘Hero’ en ‘Le Diable’.

Erfaanspraken

Toen het duidelijk werd dat ze misschien wel nooit zouden terugkeren naar de Palts, kocht het Boheemse koningspaar in 1631 een zomerresidentie in Rhenen. Het jachtslot werd prachtig ingericht met vele wandtapijten en schilderijen, afkomstig uit hun kasteel in de Palts of toegestuurd vanuit Engeland. Veel kunstwerken zouden zij echter bestellen bij de schilders en edelsmeden aan het hof. Frederik en Elizabeth hebben slechts één zomer samen kunnen genieten van het paleis… Want Frederik zette vanuit Den Haag zijn strijd voort, gesteund door de Staten-Generaal en de Engelse koning. Een gezamenlijke campagne van Engeland, de Republiek en Denemarken in 1625 was mislukt. Het vervolg enige jaren later, onder leiding van Gustaaf Adolf van Zweden, verliep aanvankelijk gunstig, maar zou desastreus aflopen. Eerst sneuvelde de Zweedse koning en niet lang daarna, in 1632, stierf Frederik V van de Palts aan een besmettelijke ziekte. Na de dood van de Winterkoning bleef de Republiek vanuit politieke, relationele en religieuze motieven moeite doen voor de erfaanspraken van Frederik’s zoon Karel Lodewijk. Om de Republiek zelf niet in gevaar te brengen, werd de inzet steeds minder. Pas in 1649, na de Vrede van Munster, zou Karel Lodewijk zijn vader als keurvorst van de Palts opvolgen. Elizabeth bleef al die tijd in Den Haag, een beetje noodgedwongen omdat ze door talrijke schuldeisers het land niet mocht verlaten. Pas in 1661 kon zij naar Engeland terugkeren, waar de Queen of Hearts al na enkele maanden overleed.